Overgewicht
We spreken van overgewicht wanneer het lichaamsgewicht risico's kan opleveren voor de gezondheid. Uit onderzoek is gebleken dat bijna de helft van de mannen en zo'n veertig procent van de vrouwen last heeft van overgewicht.
De gezondheidsrisico's zijn niet gering. Zo verhoogt overgewicht het risico op diabetes, hart- en vaatziekten en een aantal vormen van kanker. Hierom is het van groot belang overgewicht te bestrijden. Afvallen kan door een uitgebalanceerd dieet te volgen of een gezonder eetpatroon te ontwikkelen. Daarnaast is beweging belangrijk.
Voor het aantonen van overgewicht worden verschillende methoden gehanteerd. De zogenaamde BMI (Body Mass Index), ook wel Quetelet genoemd, is daarvan de bekendste. Deze methode gaat uit van de verhouding tussen de lichaamslengte en het gewicht. Of u een goede BMI heeft kunt u hiernaast berekenen.
Personen met een te hoge BMI (boven de 30) hoeven niet per definitie last te hebben van overgewicht. Met name de hoeveelheid vet in de buikholte zorgt voor gezondheidsrisico's. Om deze hoeveelheid aan te tonen wordt bij mensen met een BMI hoger dan 30 ook wel gebruik gemaakt van de middelomtrek-methode. Deze methode kan aantonen of er bij mensen met een hoog BMI inderdaad sprake is van risico voor de gezondheid. Heeft u een hoog BMI, dan kunt u hiernaast eveneens uw middelomtrek beoordelen.
Heeft u overgewicht dan helpt een vermindering van het gewicht van 5% al om gezondheidsrisico's enorm te verminderen. Afvallen lijkt in theorie gemakkelijker dan in de praktijk. Veel mensen komen na een periode van diëten weer aan. Om dit jojo-effect te voorkomen is het belangrijk een evenwichtig dieet te kiezen, waar u zich goed bij voelt. Een evenwichtig dieet zorgt voor een gemiddeld gewichtsverlies van 0,5 tot 1 kg per week, zorgt voor voldoende variatie, is matig met vet en suikers en zorgt voor regelmaat in het eetpatroon. Beweging werkt ondersteunend bij het afvallen.